Kumedi Stambuk
Koemedi Stamboel, door ons
omgedoopt tot Kumedi Stambuk, was in tempo doeloe
een mengvorm van theater, waarin zowel opera als populaire zang een
plek vonden.
Toneel, cabaret, krontjong, dans, poezie, wat maar, als maar theater.
Op de Pasar Malam Bali te Zwolle, hier in Holland,
formeerde zich spelenderwijs de
Kumedi Stambuk.
Een aantal kleinkunstenaars, die met elkaar optraden
in een speciaal
daarvoor gebouwd theatertje.
De vaste kern van de Kumedi Stambuk bestond uit:
Sara Joan van der Kallen, Loes Koop, Roy Piette, Ria Volk,
Bianca Tangande en de Indonesische danseres Agustina.
***
Ikzelf deed zo'n beetje aan Indisch cabaret met
"Mijn durian stinkt niet,hoor!"
( Conference door Roy Piette )
Hebben jullie haar gehoord, prinses Maxima?
‘De Indo bestaat niet’.
Veeg haar! Zij heeft makkelijk praten, zij is de kroonprinses.
Daar is er maar eentje van.
Maar zij heeft gelijk zij. Want hoe ben je in godsnaam nog Indisch,
nu Indië allang niet meer bestaat?
Wij zijn immers allemaal allang en breed keurig ingeburgerd?
Gelukkig maar, anders worden we strakjes nog ijskoud terug gestuurd.
door sontoloyo Wilders of door lovely Rita.
Schrijnende gevallen, niks mee te maken, man.
Si Wilders hij neuriet volgens zeggen de godganse dag
op de gangen van de 2e kamer:
No Indo no cry. No Indo no cry.
Beuk hem, die fen! Kurang ajar .
Wat toch is Indisch?
Goegelen dan maar: www.watisindisch dot com
Daarover zijn die lui het nooit eens kunnen worden.
De een loopt met Belanda goreng op zijn T-shirt, weet je.
Een ander met met: Ben helemaal van Lombok
Sommigen denken bij ‘Indisch’
aan India.
Tolol weet je, die lui. Bongol, werkelijk.
Alhoewel, eigenlijk ook niet zo
dom, want
India heette vroeger immers Brits Indië.
‘Ons Indië’ heette toen nog
‘Oost Indië’.
Maar toch, hoe je het ook wendt of keert,
er blijft een hemelsbreed verschil bestaan
tussen ‘Brits Indisch doof’ en
……. ‘Oost-Indisch
doof ’.
‘Indisch zijn’ werd vooral in
verband gebracht met
de Indo-Europeaan. De gemengdbloedige.
Ten tijde van Tempo Doeloe werd de mate van ‘Indisch
zijn’
gekoppeld aan een bepaald percentage immers?
Dat wil zeggen: Je was vroeger voor zoveel procent
‘Europees’.
Jah Illah, soms alleen maar voor een paar promiel!
Dan moest je blazen, weet je? Recht in zijn smoel.
En als teveel baoe sambalan peteh, mampoes jij.
Wat is een Indo? Ja. Het is een filosofisch
probleem
al van uit de Griekse oudheid. Je wil niet geloven!
Katanja een zekere ‘Aris Total loss’ hij is nog
zo’n beetje aan ’t lentjer
met si Pelato door de Acropolis.
Dan si Aris Total loss hij begint te mijmren:
Loh, muuluk dese…de regenwurm ontstaat uit de modder,
de vrouw hij is een mislukte man,
maar wat is eigenlijk een Indo? Tidak tau!
Si Pelato: Mosoh, een Indo? Gampang njo
Een Indohij is langzaam maar zeker…
Aris Total loss:
Memang….
Maar zeker langzaam..
Wij Indo’s wij mogen feitelijk helemaal
niet klagen.
Van tijd tot tijd staat er in Holland een huis voor ons.
Het Indisch Huis.
Dan weer hier, dan weer daar. Jaja, zeg maar neks.
Binnenkort in Arnhem.
We hebben een Indisch Cultureel Centrum in Zoetermeer.
Maar toch, Indisch - Indonesische cultuur vinden wij voornamelijk,
eens per jaar, in een tentenkamp op het Malieveld. Ja toh?
Buitenlandse toeristen zullen denken, dat het gaat om een model
asielzoekerscentrum.
Kan niks bommen.
Inburgeren. Ja illa, wat wil dat toch zeggen?
Volgens mij: Inburgren is gewoon ‘Met mes en vork leren eten
uit jouw neus…’
Al jaren sta ik op de pasar malam besar in Den
Haag.
Met Indisch - culturele teksten op T-shirts geprint.
Gaat natuurlijk weer over eten.‘Ik eet Indisch, of ik eet
niet’
Maar je hebt ook:‘Indo die eet 2X zoveel’.
Voor de compoeterfreaks isser: ‘Words for
Indows’
En deze dan? ‘Ik
denk dus ik ben INDOWAR’
Geweldig.
Die tekst is van si Pablo, mijn jongste. Hij is onze huisfilosoof,
maar betul betul lui die jongen. Precies zijn moeder, weet je.
Kennen jullie haar? Beter maar van niet.
U kent het merk FILA immers?
Pablo hij maakt van die F gewoon een G. Drukt dat op een
T-shirt. Klaar.
De meeste teksten bedenken we zelf, soms krijg ik
er eentje opgedrongen.
Zoals vanmorgen nog van een Indo op het station hier in Eindhoven.
Hij gaat nog zingen met zijn gitaar: ‘Don’t
worry, be bongol’
Indo rocker hij. Geweldig man. Alleen beetje saai die fen,
hij speelt door maar in dis.
Laatst komt er een fen opgewonden zoekende bij
mijn stand staan.
Volgens hem ontbreekt er een tekst.
‘Wadoe, mijn tand, hij watert’ .
Ik babbel maar zo’n beetje met hem mee.
Je kunt Indo’s namelijk liever niet tegenspreken immers?
Voor je het weet mata gelap die lui.
Nog niet eens ‘watwat’ al
‘watwatjij’.
Toen hij eindelek een eindje verderop ging staan,
heb ik meteen op een T-shirt gedrukt: Als niet
snel…… adoe IK LEL !
Ik mag van mijn psychiater nl. niet meer meteen beuken, als nog niks.
Zij vin dat onverstandig.
Schrijf het eerst maar op een T-shirt jong, zegt ze.
Intussen mijn huis al tot de nok vol met T-shirts. Hellep niet, weet je.
Dus ik denk verkopen maar deze, op pasarplaats.nl.
Hellep ook geen bal, man.
Op de Pasar proef je gewoon de Indische cultuur.
Je ruikt overal durian, maar je proeft Indische cultuur.
En de sfeer daar is betul betul panas hoor, paling sedikit SEWOEL.
Laatst, ben ik blozend tot achter mijn oren getuige van de volgende
dialoog.
Hij: “Jouw piercing boleh seh”.
Zij: “Loh, moet je mijn kwee mankok proeven,
adoe jouw tand hij watert”.
Ik krijg last van oorsuizingen, man.
En dan op haar shirt staat te lezen ‘Ga tel’.
Helemaal poesing ik.
Soms komen mensen met een speciaal verzoek.
Laatst een moddervette Indo nog in sporttenue hij,
vraagt om voor hem te maken: ‘Tempo doelloos fitness
club.’
Andere meneer, maar deze in strak pak, Indoyup,
wil voor zijn nieuwe bedrijf: ‘Indisch
planburo
PlanPlan.
En mijn tante, zij staat nog zo’n beetje te suffen voor mijn
stand:
Jah, waar blijf de tijd?
Haar zus: Hij kom soja…
Ook Indo’s van de 3e en 4e naoorlogse
generatie komen op de pasar malam.
Een meisje van, pakkem beet, net 22,
maar haar sociaal emotionele ontwikkeling al helemaal aanwezig, weet
je.
navelpearcing, tongpiercing, tatoo op haar ‘hoe noem je
dat’.
Ze wil op haar hesje: Mijn durian stinkt niet, hoor...
Ze heet Lieve, ‘Nona manis’ zij.
Ze zegt tegen mij: “Oom, hier in Holland zeggen ze door maar
‘Het gras van de buurvrouw is altijd groener’.
Nou, maar mijn durian stinkt niet,
hoor…….”
Okay Lieve…
jouw durian stinkt niet. Betul betul nakal dat meisje.
Indisch zijn nu Indië niet meer bestaat.
Af en toe hou je je hart vast, ja.
Als op een kumpulan je hoort tegenwoordig niet alleen maar Indorock.
Tjampoer adoek gewoonweg.
Ze geven ijskoud sateh kambing naast rijstenvlaai.
Krontjong Betawi naast Frans Bauer.
Ken je hem, Frans Bauer ? Mossoh….je ken hem niet
Heb je eten voor mij, likje sambal drbij…
Nog even wachten en ze geven Indische carnavalskrakers drbij:
‘Heus heus heus, d’r hangt een upil uit je
neus!’
Droomt u ook zo vaak, als ik? Ik droom laatst ik
ben op het ministerie.
Ik ga geld vragen natuurlijk, voor de Indische cultuur. Waarom niet.
Wat is in hemelsnaam Indische cultuur?, vraagt de staatssecretaris nors.
Aan haar assistente Sonja, Indo die, vraagt ze
om ’n kopje koffie voor mij te zetten.
Sonja, nog een beetje suf op de vroege ochtend, zij vraagt aan mij:
“Tubruk or not tubruk?”
Nah, opeens weet de staatssecretaris weer.
Ze denk ook als William Shakespeare, boleh.
Ze geef meteen 5000 pop, man!
En bent u ook net zo gek, als ik op
reclamefilmpjes?
Zoals die van ‘Need a Pentium?’
Vaak als ik aan Indo’s denk, denk ik terug aan mijn
allereerste.
Niet aan mijn allereerste meisje van de zangvereniging.
Neen, aan mijn allereerste compjuter.
Als ik aan mijn eerste meisje denk, door maar
‘Gatel inside’ immers.
Als aan mijn allereerste compoeter, ‘Indo inside’.
Zo langzaam weet je, is dat ding. Precies mijn broertje.
Adoe! djam karet werkelijk, die fen.
Bij hem gegarandeerd: ‘Kom
tijd, kom laat’.
Maar je krijgt tenminste de gelegenheid om
heerlijk weg te dromen
met zo’n trage compoeter. Naar gebieden ‘never
ever’ ontdekt door
Cristofolo Sontoloyo Colombo.
Naar de Poentjak,
Banjoewangi, Tjilatjap,
Babi ketjap, Modjokerto, waar maar.
Je moet als Indo een beetje meegaan met jouw tijd,
toch?
Dus ik heb tegenwoordig mijn eigen website.
‘Indo Wordart of the Lowlands’. Ik ben trots man.
Als bij zo’n website je kan steekwoorden
opgeven immers
voor de zoekmasjien. Voor si Goegel. Dus ik probeer eerst:
‘Indo’ - superindo -
botoltjebok
- tetehbengek -
matakicikutuburung.
Help geen fluit.
Je hebt een eigen website, maarwat zet je op
zo’n website.
Zoals ik, belum kawin, denk weet je wat, ik zet een kontakadvertentie
d’rop:
ZKM prettige vrouw - Liefst Indisch - Klein gebrek geen bezwaar -
Als maar geen gel gebrek.
II
Soms vragen ze mij om iets te doen voor de mensen.
Zoals vandaag bijvoorbeeld tijdens dese.
Ajo Oom, vertel dan weer zo’n sprookje, of je geef anders een
lezing.
Wat maar, als maar leuk.
En daar kan ik me nou juist kapot aan ergren.
Indo’s zijn strontvervelend werkelijk.
Ze willen alleen maar lachen hier, lachen daar.
Volgens mij, om hun depressies weg te moflen.
Ik wil hebben, bespreek ook eens een serieus onderwerp.
Zoals bijvoorbeeld: “Show me the way to go home”
Want wij hebben niet als Klein Duimpje kruimeltjes gestrooid,
toen wij verdwaald raakten in negri belanda.
Dus geef ik laatst gewoon de ‘Tempo
Doelloos Quiz’.
En ik moet eerlijk toegeven,
Indo’s zijn reuze goed in vaderloze geschiedenis.
Alleen dat lachen, ik erger me dood, weet je. Maar ik vertrek geen
spier.
- “Dames en heren, mag ik een beetje meer aandacht
s.v.p.?”
Tegelijk commentaar, die lui.
- “Adoe, zo zielig si Royke. Hij heeft een beetje aandacht
nodig.
Kom maar even op mijn schoot zitten, jong”.
Loh, ik weet niet, waar ik kijken moet, seh.
En was het nou maar een dame, die dat zei….
Luister, ik zeg: Paree ligt 10 palen ten Oosten
van Kediri
Vraag: ‘Hoe lang is een
paal?’
Ze weten niet!
Hun wiskunde bubur ayam gewoonweg.
Andere vraag: ‘Wat is de verleden tijd van
figuurzagen?’
Zegt er eentje: Niet zo dan Oom.
Figuurzagen toch allang verleden tijd?
Van figuurzien.
Maar ja, niet om het een of ander, onze taal is
betul betul muulik.
Je weet: hij wordt schrijf je met deetee. Derde persoon
enkelvoud immers.
Katanja: Landtong schrijf je ook met dt. Niet eens 3e persoon enkelvoud
die.
Je zou denken lanttong dezelfde als lonttong. Help te geloven.
Dan heb je ook nog langtong. Apa ‘tu langtong?
Ja mijn frien hij ken, lang tong zoenen. Ijah! Jerry ken.
Toch hebben Indo’s ook zo hun invloed op
de hedendaagse taal.
U kent waarschijnlijk allemaal wel de uitdrukking:
Geen cent meer te makken hebben.
Indo’s hebben daarvan gemaakt:
Geen cent meer te makkan…
Adoe, Indoleed werkelijk.
Ach ik weet, lachen is gezond.
Mijn psychiater zij zeg: lachen maakt gezond, Roy.
Psychiaters, je hebt geen bal aan die lui.
Ze geven door maar pillen. De een nog mooier dan de ander.
Wij Indo’s zijn daar helemaal niet blij mee.
Gelukkig maar zijn wij nog een beetje bijgelovig.
Ik laat mij nog liever de hand lezen door mijn tante seh.
Mijn tante, zij houdt helemaal niet van medicijnen. Mijn tante,
zij heeft een engeltje op haar schouder. Daar praat ze mee. Echt waar.
Het begon allemaal op kerstnacht 1953.
Zij is nog bezig haar wintertenen in te smeren met purol, wadoe gatel.
Dan hoort tante opeens ( eeh Tjina mati! ) zij hoort waarachtig engelen
zingen.
Vanaf dat moment, als haar wat mankeert,
zij praat eventjes met haar engeltje, al. Beter zij. Kip lekker.
Stille kracht, heilige kracht.
Tot op een stillege nacht, tante heeft een beetje
verhoging, weet je.
Zij wil net wat vragen aan dat engeltje, hij zegt opeens:
Jazeker
de apotheker!!!. Mampus zij.
Je hebt werkelijk geen bal aan zo’n
psychiater, hoor.
Laatst gaat zij met mij praten, ik ben depressief immers.
En zij is ten einde raad met mij.
Zij zeg: “Luister Roy, jij bent Indo
ja en je ben straalverliefd op
haar.
Maar ja, je durf haar niet te vragen. Weet je wat
je doet, jij?
Je schrijf een lange bloedromantische liefdesbrief.
En dan? Je stopt die brief in jouw botol tjebok. Kurk d’rop.
En dan? Je gooit die fles gewoon in de glasbak.
En dan wat?
Je wacht door tot je een ons weegt. Jij Indo.
Zij heef gelijk. Wij Indo’s wachten altijd te lang.
Indische Nederlanders, het laatste restant van een
koloniaal verleden.
Help te geloven. Meer dan 600.000 Indo’s wonen nu verspreid
over
heel Nederland. Goed voor 16 miljoen Euro.
Nadat ze uiterst koel zijn ontvangen.
Dus de regering maakt een gebaar. Het gebaar.
Wadoe, 197 Miljoen Euro, hoor. Krijgen wij. Bukan
main.
Dus ik al 197 … min 16 … gedeeld door 101.307
…. 3 onthouwen …
Loh, kurang … voor mijn
vloerverwarming.
Maar we krijgen nog bij, misschien.
Dank zij een zekere Elizabeth Lubberbuyk.
Zij zeg: Geef die Indische kneusjes maar honderd pop extra.
Dan zijn ze tenminste weer 50 jaar stil.
Veeg haar!
Adoe, ik ben razend! Eigenlijk we moeten demonstreren, vin ik.
Hehu. Wij Indo’s zijn inderdaad
uitermate koel ontvangen.
Dermate koel, dat we spontaan wintertenen krijgen.
En nu snap ik wel, mijn psychiater zij heeft gisteren zelf uitgelegd
zij,
die wintertenen zitten hoogstwaarschijnlijk tussen mijn oren.
Adoe, maar ook dat is geen pretje.
O ja, nou we toch over hebben:
Wat is feitelijk het verschil tussen een nietmasjien en het gebaar?
Een nietmasjien niet en het gebaar ook al niet.
En het verschil tussen een nietmasjien en langtong
zoenen?
Jah Illah. Jullie kennen nul, werkelijk. Een nietmasjien niet
en langtong zoenen graag of niet.
Langtong, lang tong lijkt wel een Chinees lestaulant ja.
Kata nja een Chinees kan immers de letter -R niet seggen.
Dus laatst die Chinese weerman op LTL4 je hoort hem zeggen:
“Hiel en daal een buil.” Alsof hij net van zijn
fiets is gedondrd. Te erreg.
Tijdens een telefonisch interview met een totokse
van de Zwolse Courant,
over pantoens, over Tjalie, Conimex, de nooit betaalde salarissen
gedurende
de Japanse bezetting, vraagt de mevrouw aan de andere kant opeens:
“ U bent half Indonesisch, is het niet? Ik hoor het aan uw
àkcent”
Even is het stil ……… dan ik:
“Niet ach, meprouw, Mijn opa is Hongaar,
mijn Oma hij speelt mooie gitaar!”
Toch heb ik het nog niet eerder zo durven
bekijken,
wij zijn half Indonesisch. Nog niet zolang, hoor. Pas maar,
sinds si Verdonk.
De Indo was vroeger immers eerst en vooral van Europese komaf.
Wouter Muller beweert, dat wij ons al helemaal hebben aangepast.
Van cebok naar pèpèr…
Adoe, si Woutje, ampoen. ‘Wat is een Indo?’, vraagt
ook hij zich af.
Lekker belangrijk.
Neen, een Indo wil gewoon op tijd zijn kopi tubruk
en hij houdt niet van kabaal maken.
Hij houdt van mooie meisjes en van mooi weer.
Spelen.
Hij is dol op sambalan taotjo en haat te laat komen.
Hij haat tegenwoordig trouwens ook naar de wintersport.
Ja werkelijk waar, je ziet steeds meer
Indo’s op de wintersport.
Assimilatie nog in volle gang mang!
Vanmorgen in de Telegraaf : ‘Steeds meer Indo’s in
de lift’.
En je hoort hun al van verre aankomen van die helling: Sret,
srot…
Ik ook. Met mijn oudste dochter en mijn tjoetjoe,
naar de Franse Alpen.
Enfin, ik stap uit met die kleine, zij ziet die enorme
sneeuwmassa’s…
en zet het onmiddellijk op een brullen.
Weet je waarom zij een keel opzet?
Van angst
natuurlijk.
Voor alles wat blank is.
Want die sneeuw daar in Frankrijk is blank hoor.
Blanker, dan de mollige armen van Sneeuwwitje.
Die goenoeng heet niet voor niks mond blank.
Gesprekken tussen twee Indo’s in de
tram. Den Haag.
Je kan er geen touw aan vastknopen, man.
- “Eeh, naar waar haje nog jij?”
- “Wie ik? O, ik, ik haat nog naar Zandvoort”.
( Bij de volgende halte: )
- “Tjobak ik krij van jou vanavond dat zand uit jouw slof.
Voor mijn
aquarium….”
( Bij de volgende halte )
- “Maar naar waar ha jij, zo vroeg in de ochtend?”
- “Wie, ik? O, ik haat nog naar Zuiderpark”.
- “Dan had je toch de vorige halte druit?
- “Maak neks uit, ze beginnen pas in de middag”.
( Bij de volgende halte )
-“Wat geven ze daar, in Zuiderpark, toch?
- “Voetbal.”
- “Ah, main bolla”.
- “hh, Adu Den Haah tegen Zwolse boys”.
( Bij de volgende halte)
- “Adu Den Haah is een liedje van Tante Lien,
immers?”
- “Djangan main gila jij. Je krijgt een lel zo meteen van
mij!”
- “Ajo, druit jij. Straks kom je nog te laat”.
- “Niet vergeten, ja. Dat zand uit jouw slof,
vanavond”.
En dan nog die mobieltjes. Pracht uitvinding,
maar soms
ben je ongevraagd getuige van de meest intieme gesprekken, man.
Ook in
de tram,
naast mij een Indo. Hij pakt zijn mobiel, tuut tuut tuut 10 keer
- “Marie?! Ik heb de honderdduizend gewonnen, koffers
pakken!”
- “Adoe Eugene!! Waar gaan we allemaal naar toe?”
- “Kan niks bommen. Als je maar voorgoed uit mijn ogen
verdwijnt….”
Ik vraag me werkelijk af, wanneer toch
vinden wij eindelijk onze eigen Indische identiteit?
Een identiteit, die verder gaat, dan door maar
omong kosong, kontrie en westrn. Line dancing. Lekker makan makan.
Zoals over Indo’s wordt beweerd, dat zij alleen kunnen praten
over eten.
Fout! Ze kunnen niet alleen maar praten over
eten,
ze kunnen ook behoorlijk eten die lui. Maar demonstreren? Nee..
Demonstrerende Indo’s, je moet
er niet aan denken toch? Zie je al?
Heel af en toe wel, van tettottettot kun je op het Binnenhof,
zo’n groepje Indische demonstranten voorbij zien
sjokken
als het tenminste niet regent: “We want semor, we want
semor!!”
Vreetzame demonstratie, weliswaar,
maar laten ze liever demonstreren voor gelijke gerechten voor de mens,
wil ik hebben. “Liberteh, egaliteh, fraterniteh, et toeweh
toesoek sateh !!”
Dank u.
***

Een les 'Indonesische dans' op de pasar in Zwolle:






Agustina danst ook in 'Een Heer alleen op de gang'
Tempo Doelloos Casual Art Design
E-mail: piette.roy@gmail.com
06 - 53448142

Deponeer hier uw E-mail