'Sprookjes, allemaal sprookjes'


Contemporary Indo wordart from the Lowlands



lezen_.gif

2. Hoe een boom tot aan de hemel eerst een boot wordt
en daarna pas een vuurspuwende berg


Het is alweer eeuwen geleden, dat er op de Bandoengse hoogvlakte een vorst regeert, die bekend staat als wijs en rechtvaardig. Hij heeft dan ook vele vrouwen en zijn kinderschaar breidt zich vrijwel dagelijks uit.

Zijn dochters beoefenen klassieke danskunsten, zijn zoons leren vlijtig pentjak silat en verder wat raak schieten met pijl en boog. Onder zijn vrouwen is er natuurlijk maar één , van wie de koning het meest houdt. Zij is immers mooi als een hemelse godin, haar stem zoet als tamarinde en haar tred als die van een schuwe hinde. Haar ogen fonkelen erbij als karbonkels, heur haar glanst als de spiegel van een meer. Kortom, bloedstollend mooi. Kai Pipi Ann Lay

Zij noemt zich Poetri Njang Sombong, haar enige zoon heet Sang Koeriang. Werkelijk een deugniet van het zuiverste water. Misschien wel omdat hij vanaf zijn geboorte wordt verwend door de bedienden en het merendeel van de bijvrouwen. Zijn karakter wordt er in elk geval niet beter op.

Sang Koeriang merkt wel, dat zijn moeder de onbetwiste favoriet van de vorst is en denkt zelf ook een streepje voor te hebben. Hij kibbelt als de beste, om het minste geringste. Vooral met de oudste zoon van de vijfde vrouw.

Op een keer is het gekibbel zo heftig, dat zijn moeder vreest dat de radja in zijn dutje wordt gestoord. Ze grijpt wat te resoluut in en slaat haar zoon hardhandig met een rijstlepel, op het hoofd. Tok. Voor zij hier spijt van kan krijgen, is de jongen gevlogen. Waarheen? Joost mag het weten. In geen velden of wegen meer te bekennen, de vent.

De zich Poetri Njang Sombong noemende koningin, bang dat haar gemaal geen waardering kan opbrengen voor de plotse verdwijning van zijn zoon, spoort een ieder aan de jongen te gaan zoeken. Als beloning voor de eerlijke vinder looft zij de oudste dochter van de vijfde vrouw uit. Tel uit je winst.

De bewuste dochter staat weliswaar bekend als legendarisch mooi, maar ook als hoogmoedig en streng. De mannen die op pad worden gestuurd, hebben weinig trek in een huwelijk met zo'n tiep. Temeer omdat wordt gefluisterd, dat de prinses zo koud is als een vis en behept met een enorm gat in haar hand bovendien.

Zij geven de opdracht door aan ondergeschikten en deze op hun beurt idem dito. Zodat uiteindelijk een heel leger onderbetaalde koelies naar het ventje uitkijken. Onder hen is er maar één die, listig genoeg, met een prachtig verhaal aan komt zetten bij de radja en zijn lievelingsvrouw. Te mooi om waar te kunnen zijn.
"Ik heb de prins gezien", zuigt hij uit zijn duim, "maar als ik hem staande wil houden, komt er plotsklaps een plaaggeest uit de bomen, die hem naar de hemel voert, weet je...
Huil dus maar niet meer, de prins heeft het nu beter, dan hij het ooit zou krijgen."

Leuk bedacht en goed voor honderd pop in een envelop, maar wat is er werkelijk met de prins gebeurd. Luister, dan zal ik het vertellen.

Sang Koeriang loopt, nadat hij het paleis heeft verlaten, vastberaden in oostelijke richting en wordt onderweg geregeld door wel willende vrouwen van eten, een bad of schone kleren voorzien. Zo komt hij na vier volle dagtochten, gehuld in schamele maar schone plunje, terecht in het rijk van de machtige vorst van Modjopahit. Als je maar doorloopt, zo blijkt weer, kom je nog eens ergens.

Als een lopend vuurtje gaat intussen het nieuwtje over de komst van de jonge vreemdeling door de stad. De zegelring aan zijn hand wijst erop dat het gaat om iemand van hoge komaf. De koning besluit de jongen in zijn kraton een degelijke opvoeding te gunnen.Een zoon van een koning waardig. Zo leert Sang Koeriang paardrijden, boogschieten, roulette spelen, een vlieger oplaten, de soeling beroeren, met mes en vork uit zijn neus eten, maar ook pantoens zingen en buskruit mengen.

Als de koning na verloop van tijd vaststelt, dat de jongen zich spelenderwijs tot een dapper krijgsman heeft ontwikkeld, vat hij het plan op zijn pleegzoon erop uit sturen. Om het rijk van diens vader te veroveren. De koning belooft hem zijn mooiste dochter als vrouw als de operatie slaagt. Zal wel.Sang Koeriang krijgt liever een paar sandalen,of een djas toetoep. Minstens even voorzichtig als dapper, stelt hij voor eerst maar als boer vermomd naar zijn geboorteland terug te gaan. Om te zien of zijn vader nog leeft en wie hem eventueel is opgevolgd.

Hij wil eerst poolshoogte nemen over de sterkte van het leger en over de trouw van de bevolking. Om maar iets te noemen."Haast en spoed zijn zelden goed, immers."
De vorst is het daar volledig mee eens. Dus, zo gezegd zo gedaan. Sang Koeriang pakt zijn bullen en keert, in dezelfde schamele plunje als waarmee hij is gekomen, weer westwaarts.

Na zeven volle dagtochten, de weg terug gaat niet over rozen, bereikt hij zijn geboortegrond. Hij verneemt dat zijn vader inmiddels is overleden en opgevolgd door een van zijn zonen. De oudste van de vijfde vrouw.Sang Koeriang praat met mensen op de sawa's,in de desa's, langs de rivier en komt tot de slotsom, dat het land vrede en welvaart kent.

Tenslotte bereikt hij de kota van de radja, de kraton waar hij als kind is grootgebracht. Veel is er hetzelfde gebleven, veel is er ook veranderd. De prins zet zich neer bij een heldere beek in de schaduw van een grote waringin. Daar ziet hij op een gegeven moment in het water van de bron warempel het spiegelbeeld van een vrouw. Mooier dan hij ooit zag.

Zijn hart slaat een paar slagen over. De prins keert zich om, maakt keurig een 'sembah' en zegt blij verrast:
- "Loh, waar komt gij vandaan, raden ajoe? Dari mana?"
- "Tjobak, dat mag ik u wel vragen. Uw tongval verraadt, dat u van ver komt."
- "Ik kom uit het uitgestrekte rijk van Modjopahit, waar ik ben opgevoed in de kraton van de vorst",
antwoordt de prins ongewoon loslippig. "Men vertelt daar, dat op deze hoogvlakte een vrouw leeft, mooier dan de mooiste vrouw in geheel Modjopahit."
- "En u bent gekomen om haar te zoeken?"
- "Ik heb zo' n donkerbruin vermoeden, dat ik haar al heb gevonden."

Verlegen slaat de vrouw haar selendang voor het gezicht en verwijdert zich stilletjes.

De volgende dagen gaat de prins telkens terug naar de bron en ziet er, vaste prik, het betoverende vrouwengelaat weerspiegeld in het water. De vrouw en de prins spreken steeds langer met elkaaren kijken elkaar daarbij steeds dieper in de ogen, tot hij haar uiteindelijk ten huwelijk vraagt. Dat kon bijna niet meer anders lopen. Fluisterend geeft ze op een gegeven moment haar jawoord. Zij omhelzen elkaar en kussen elkaar. Terloops glijdt daarbij haar hand liefkozend door zijn lange zwarte haar..... maarr verschrikt trekt zij die terug.Als door een gevederde slang gebeten. Zij herkent warachtig het litteken, dat zij haar verloren zoon ooit in drift toebracht.

Van het ene moment op het andere heeft zij spijt als haren op haar hoofd, dat zij zo onbezonnen in een huwelijk heeft toegestemd. Zij weet maar al te goed, dat een koningin nooit een belofte mag breken. Wat gedaan? Goede raad was duur. Zij peinst honderd dingen uit en zegt per slot:
"Lieveling, morgen zal ons huwelijk worden voltrokken. Als bewijs van ware liefde wil ik een daad zien, die niet eenvoudig is uit te voeren. Kom mij morgen in een huwelijksboot halen."

De prins krijgt bijna een hartvergroting,18 bij 24.Hij voelt aan zijn theewater, dat de opdracht vrijwel uitvoerbaar is. Er is maar één rivier in de buurt, de Tjitaroem. Een andere dan een eenvoudige vissersboot zal in de wijde omtrek al helemaal niet te vinden zijn. Het zou nog eerder lukken om in een ' Alfa Romeo Giulia Super nuova' voor te rijden.

Zijn liefde is echter zo sterk, dat Sang Koeriangbelooft zijn bruid met een boot af te halen. Teder nemen zij afscheid van elkaar. De vrouw raakt thuis gekomen echter overmand door diepe smart. Ze weet dat zij met haar bruidegom ook haar zoon weer verliest.

De prins heeft geen tijd te verliezen. Hij roept de geesten van het water en de hoogvlakten aan en smeekt hen ervoor te willen zorgen dat hij met een boot naar de heuvel kan varen. Hij vraagt hun voor dat doel een dam in de Tjitaroem te maken. Zodra de hoogvlakte onder water staat, kunnen de geesten de nauwe doorgang tussen de twee oostelijke bergen dichten en klaar is Kees. Voor de geesten is zoiets natuurlijk een fluitje van een cent. En omdat er in die tijdvan het jaar toch weinig te beleven is, stemmen zij minzaam toe.

Aan de geesten van de bossen en de bergen vraagt de prins een prauw te bouwen waarmee hij het kunstmatige meer kan bevaren. Ook deze geesten zijn de prins welgezind. Zij vertrekken terstond op vleugels van de wind naar de kruin van een boom, die tot aan de hemel reikt, zo hoog. Zij vellen de kolos in een handomdraai en veranderen deze bij toverslag in een kanjeuze huwelijksboot. Op de plek waar de bewuste boom ooit staat, verheft zich momenteel een berg, de Boekit Toengoel, boomstronk genaamd.

De prins die de bouw van het vaartuig bij een zee van fakkellicht volgt, trekt intussen een schitterend gewaad aan, doet een gouden ketting om zijn hals, ringen aan zijn vingers en gelast het bruidsvuur te ontsteken. Hij zet roeiers aan de riemen en stapt waardig aan boord van het schip, dat even later door de geesten behulpzaam in het water wordt getild.

De bruid heeft alles vanuit haar vensters beloerd. Op het moment dat de prins, haar zoon en aanstaande bruidegom, aan boord staptontglipt haar alle moed. Zij valt op haar knieën en smeekt de machtigste van alle goden, Bromo, om haar alsjeblieft uit dit lastige parket te redden. Bromo geeft echter weer eens 'niet thuis'. Daar heeft hij een handje van, de oppergod. Altijd drukker met nieuwe liefde, dan met oud zeer.

Het is de god van het vuur en de vulkanen, Agni, die op het laatste moment haar smeekbeden verhoort. Hij schudt een krachtige aardbeving uit zijn mouw, die de reusachtige dam breekt en het water met bulderend geweld naar beneden doet storten. De beoogde werkelijkheid zakt als een kaartenhuis in elkaar. Door de geweldige kracht van de aardbeving wordt de boot opgetild en komt ze ondersteboven neer op de plek, waar ze nu sinds mensen heugenis ligt, vermomd als vulkaan. Men kent de berg onder de toepasselijke naam Tangkoeban Prahoe, omgekantelde boot.

Iemand die over de rand van de krater kijkt ziet er nog steeds het onblusbaar liefdesvuur branden. Zo zie je maar weer eens, je denkt gewoon een naar zwavel riekende vulkaan, maar neen, daar brandt een eeuwig vuur van onmogelijke liefde en verdriet. Geweldig.

next.gif


Roy Piette 

E-mail: piette.roy@gmail.com

06-53448142

roy.jpg

Website development:
Roy Piette, Art director