'Sprookjes, allemaal sprookjes'


Contemporary Indo wordart from the Lowlands



lezen.gif
3. Waarom Banjoewangi Banjoewangi heet en bijvoorbeeld niet
Mata Kitji Koetoe Boeroeng.



Heel lang geleden regeert koning Sindoeradja over een rijk op Oost-Java. Ken je hem? Niet? Dacht ik al. Daarom vertel ik je dit verhaal. De koning heeft een gouverneur rondlopen , een zekere Sidapaksa. Deze op zijn beurt heeft een wel heel bizonder mooie vrouw rond lopen, Simah. De moeder van Sidapaksa is poepjaloers op haar schoondochter en probeert haar zoon op allerlei manieren tegen zijn jonge vrouw op te zetten. Dat wil niet goed lukken, zodat de moeder ten einde raad maar gemene listen gaat bedenken.

Zij vraagt de koning haar zoon een tijdje ver ver ver weg te sturen. De vorst willigt het verzoek graag in en zendt Sidapaksa naar de berg Idjen. Met de opdracht er een zeldzame bloem te gaan zoeken Volgens zeggen, zou de bloem, indien door iemand gedragen, eeuwige jeugdigheid schenken. Nah, wie wil dat nou niet! De radja wil de bloem aan zijn gemalin schenken. Zij zeurt hem namelijk al enkele jaren aan zijn hoofd over opvliegers kaalheid en ouder worden.

Sidapaksa bevindt zich nog niet in de positie een opdracht van de koning te kunnen weigeren. Nu zijn vrouw toevallig in blijde verwachting is, verzoekt hij zijn moeder voor Simah te zorgen. Met een vriendelijk lachje om haar lippen, maar met boze voornemens in haar hart, belooft zij dit te doen.

Nog geen dag na zijn vertrek wordt de gouverneur een zoon gebaard, een flinke, gezonde jongen. De kersverse moeder is in de zevende hemel en dankt de goden feestelijk voor dit geschenk. Ook de jaloerse schoonmoeder lijkt verheugd, zonder ook maar iets van haar boze plannen te laten merken.

Op een dag, het is erg warm, bloedheet en het kind slaapt toch, besluit Simah in de rivier een bad te nemen. Op dit buitenkansje heeft de valse vrouw gewacht. Zodra haar schoondochter het huis heeft verlaten, tilt zij de kleine 'printil' uit zijn bed. Ze brengt hem naar een bocht in de rivier, waar deze heel modderig is. Daar werpt zij de jongen zonder te verblikken of te verblozen pardoes in de onwelriekende blubber en snelt terug naar huis. Zogenaamd om te koken. In werkelijkheid wacht zij handen wrijvend de terugkomst van haar schoondochter af.

De niets vermoedende Simah vraagt zich verbaasd af, of iemand haar kind misschien naar een koelere plek heeft verlegd. Met aanzwellende angst om het hart loopt ze van hot naar her, tevergeefs. Geen kind. De jongen moet wel gestolen zijn, maar door wie? Zij vraagt een ieder om raad, niemand kan haar helpen. Kasian werkelijk. Zielig.

Zo zoetjes aan wordt het haar duidelijk, dat ze haar zoon nooit meer terug zal zien. Het moeilijkste vindt zij het, bij thuiskomst haar man de vreselijke tijding te vertellen. Door groot verdriet en bodemloos getob geplaagd, wordt zij tot overmaat van ramp tenslotte zo ziek, dat ze het bed niet meer kan verlaten.

Intussen zoekt Sidapaksa onverdroten naar de legendarische bloem. Hij moet talloze hindernissen, reuzen en drakonen overwinnen, om de top van de berg te bereiken, maar laat zich door niets en niemand afschrikken. Neemt nauwelijks de tijd om iets te eten en vermagert zo doende zienderogen.

Tenslotte vindt hij na twee jaren speuren wonder boven wonder de zeldzame bloem, verscholen onder een overhangende rots.Met trillende vingers graaft Sidapksa de zeldzame bloem uit en bergt deze zorgvuldig weg in zijn botaniseertrommel. De radja is in zijn nopjes. Hij beloont Sidapaksa vorstelijk en benoemt hem tot plaatsvervanger voor het leven in alle bestuurlijke kwesties. Dat laat deze zich niet twee keer zeggen.

Sidapaksa spoedt zich naar huis en wordt al in de voorgalerij door zijn moeder opgewacht. - "Ik heb slecht nieuws voor je jongen", zegt ze met een gemaakt bezorgd gezicht. "Ik heb je altijd al voor die vrouw gewaarschuwd, maar je wil niet luistren. Nu is het te laat, want ze heeft een verschrikkelijke misdaad begaan".
- "Wat is er in hemelsnaam gebeurd?"
, vraagt de gouverneur met onbestemd bange voorgevoelens.
- "Luister, nog geen dag na je vertrek baart zij je een zoon. Ik moet toegeven een pracht van een jongen met wie ik meteen erg ben ingenomen. Maar nog geen week later, ik heb nog niet eens een naam voor het mormel kunnen bedenken, heeft zij het kind in de rivier geworpen. Zo. Nu weet je pas wat voor een boosaardige vrouw je hebt getrouwd. Ze doet nu alsof ze erg ziek is, maar laat je alsjeblief niet door haar om de tuin leiden".

Terwijl ze dit allemaal bij elkaar liegt, biggelen er waarachtig twee dikke tranen over haar wangen. Krokodillentranen. Sidapaksa kan zich niet voorstellen, dat zijn eigen moeder hem iets zou voorliegen. Woedend rent hij naar de slaapkamer, waar hij zijn vrouw in bed aantreft met een zak ijswater op het voorhoofd.
- "Vervloekte, gemene vrouw", brult hij, terwijl hij zijn kris uit de schede trekt, "waarom heb je ons kind verdronken?!"
De ongelukkige Simah barst naar behoren in snikken uit.
- "Hoe kun je zo'n duivelse leugen geloven? Ons kind is het dierbaarste wat ik bezit. Welke moeder is zo slecht, dat zij haar eigen kind kan doden? Als jij me ombrengt kleeft er onschuldig bloed aan je vingers. Breng me liever even naar de bocht van de rivier dan ik zal je mijn onschuld bewijzen".
Sidapaksa laat de opgeheven hand, waarin hij de kris houdt, langzaam zakken. Zijn woede ebt weg. Hij wil maar al te graag zijn vrouw de kans geven haar onschuld aan te tonen.

Omdat Simah te zwak is om te lopen draagt hij haar naar de rivier. Daar legt hij haar zacht neer en zegt:
"Bewijs nu maar dat je onschuldig bent."
Zonder een woord en zonder aarzeling werpt de vrouw zich met een plons in het modderige water, waarin zij onmiddellijk wegzakt. Zoals ook met haar kind is gebeurd.

Sidapaksa gooit zich verbouwereerd in het zand en huilt tranen met tuiten:
"God zal me lief hebben. Wie kan mij nog de waarheid vertellen? Hoe zal ik ooit weten of zij werkelijk schuldig is aan de dood van mijn zoon?"

Dan gebeurt er een wonder. Uit het vuile stinkende water rijzen twee prachtige bloemen omhoog, rank en bekoorlijk als de borsten van Tina Turner. De ene iets groter dan de andere, beide bewogen door een zacht briesje. Zodat het lijkt alsof ze autonoom leven. Ze verspreiden daarbij een ongekend heerlijke geur. De grote bloem wendt haar kelkje naar de gouverneur en zegt:
"Lieve Sidapaksa, kijk naar de bloem naast mij. Het is ons kind, dat ik op de bodem van de rivier heb gevonden, zoals mij vannacht in een droom is geopenbaard. Hij zal je zeggen wie hem zo genadeloos heeft verdronken."
Daarop zegt de kleinere bloem met heldere stem:
"Lieve vader, de ware schuldige is uw eigen moeder. Zij heeft mij opgenomen en in de rivier verdronken. Maar nu ik mijn moeder terug heb gevonden, ben ik weer gelukkig. Wij zullen nimmer van elkaar scheiden. Leef wel."
De bloemen lijken elkaar vervolgens te omstrengelen en verdwijnen onder het wateroppervlak.

Men heeft de bloemen geen tweede keer waargenomen. Maar een ieder die sindsdien in de rivier gaat baaien, wordt steeds weer aangenaam verrast door de bedwelmend heerlijke geur van het water. Men noemt de stad in de bocht van de rivier dan ook 'Banjoewangi', welriekend water. Men kan er vandaag de dag nog steedshet verhaal van Sidapaksa en Simah horen vertellen. En de vreselijke schoonmoeder?
Die verslikt zich in haar laatste betelnoot. Net goed.



next.gif


Roy Piette 

E-mail: piette.roy@gmail.com

06-53448142

roy.jpg

Website development:
Roy Piette, Art director